Proeftuin Van Pallandtpolder

Onderzoeksresultaten Proeftuin Van Pallandtpolder

De Van Pallandtpolder op Goeree-Overflakkee is al vijf jaar lang dé plaats waar vernieuwende landbouw, natuur, recreatie en onderwijs samenkomen. Inmiddels heeft deze unieke samenwerking veel mooie resultaten opgeleverd. Deze delen we graag!

 

Kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en onderwijs. Dat zijn de drie belangrijkste thema’s waar we in de Proeftuin Van Pallandtpolder enthousiast aan werken. Hieronder delen we de belangrijkste resultaten die sinds de start van de proeftuin zijn behaald.

 

De lessen na 5 jaar: 2021-2025

  • Een gezondere bodem

  • Meer biodiversiteit

  • Een groeiende betrokkenheid van ondernemers, inwoners, leerlingen, studenten en onderzoekers

Belangrijkste inzichten

Punten van aandacht

Proeftuin Van Pallandtpolder in cijfers

Om de resultaten van de proeftuin goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk te weten aan welke beleidsdoelen het project bijdraagt. In de tabel hieronder staan de beleidsdoelen die belangrijk zijn voor de proeftuin en welke maatregelen we nemen om deze doelen te halen. Ook staat er met welke methoden en bronnen we de resultaten onderbouwen. Zo zien we hoe beleid, uitvoering en effectmeting met elkaar verbonden zijn.

Van Pallandtpolder tabel beleidsdoel

In de onderstaande tabel is te zien hoe de Van Pallandtpolder het doet in vergelijking met de drempel- en streefwaarden. Deze waarden hangen samen met de beleidsdoelen van de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw. De cijfers laten het gemiddelde resultaat zien over de jaren 2021 tot en met 2024.

Van Pallandtpolder KPI

Vooruitblik: De kennis en ervaring van de afgelopen jaren vormen een sterke basis voor de volgende fase van de proeftuin. De komende tijd onderzoeken we hoe ecologie, economie en uitvoerbaarheid het beste in balans kunnen komen.

Kringlooplandbouw

In de Van Pallandtpolder werken we doelgericht aan kringlooplandbouw, waarbij akkerbouw, veehouderij en natuur elkaar versterken. Door slim gebruik te maken van lokale reststromen, een ruimere vruchtwisseling en samenwerking tussen sectoren bouwen we aan een veerkrachtige bodem en een gesloten nutriëntenkringloop. Voedingsstoffen blijven zo zoveel mogelijk binnen het systeem en worden efficiënt hergebruikt. Dat betekent minder verliezen naar de omgeving en een betere benutting van mest en organische stof voor de akkerbouwgewassen.

Belangrijkste inzichten

Natuurinclusieve landbouw

In de Van Pallandtpolder werken we aan een landbouwsysteem waarin natuur en productie hand in hand gaan. Door ruimte te geven aan biodiversiteit en natuurlijke elementen ontstaat een afwisselend landschap met meer overgangen tussen gewassen, randen en open ruimte. Dit maakt het gebied sterker en beter bestand tegen veranderingen. Tegelijk betekent dit dat een deel van de landbouwgrond bewust een andere functie krijgt dan maximale productie. Zonder compensatie resulteert dit in druk op het financiele resultaat.

Belangrijkste inzichten

Samenwerken met het onderwijs

Ook scholen uit de buurt zijn betrokken bij de Proeftuin Van Pallandtpolder. Studenten en leerlingen van o.a. Lentiz (mbo), RGO Beroepscampus (vmbo) en RGO College (havo en vwo) kijken en denken mee en doen onderzoek op hun eigen proefvelden. Daarnaast werken we in projecten samen met agrarische hogescholen en de CSG Prins Maurits.

Belangrijkse inzichten

Toevoegingen

Ruimere vruchtwisseling

In de Van Pallandtpolder werken we met een ruimere vruchtwisseling. Dat betekent dat er meer jaren zitten tussen twee teelten van hetzelfde gewas op hetzelfde perceel. Hierbij worden akkerbouw- en veehouderijgewassen gecombineerd. In de ‘eindrapportage GLB-Pilot Van Pallandtpolder 2021-2023’ is het volgende te vinden:

Wat is er gedaan:

  • Door de samenwerking tussen akkerbouw en melkveehouderij zijn de bouwplannen in elkaar geschoven, waardoor een 12-jarige vruchtwisseling is ontstaan.
  • Belangrijke rooigewassen zoals aardappelen en suikerbieten komen hierdoor slechts eens per 6 jaar terug op hetzelfde perceel, terwijl dat in gangbare akkerbouw vaak eens per 3 à 4 jaar is.
  • De vruchtwisseling bevat meerdere rust- en vlinderbloemige gewassen, met name tweejarige grasklaver en veldbonen.

 

Belangrijkste effecten:

  • Minder ziektedruk en plagen
    Door de ruimere rotatie is de opbouw van gewasgebonden bodemziekten en plagen, zoals plantparasitaire aaltjes, duidelijk lager. Hierdoor is ingrijpen met chemische middelen minder snel nodig.
  • Lagere inzet van gewasbeschermingsmiddelen
    Met name grasklaver helpt bij het terugdringen van hardnekkige wortelonkruiden zoals akkerdistel en akkermelkdistel, waardoor het gebruik van herbiciden met een hoge milieubelasting kan worden verminderd.
  • Betere nutriëntenbenutting
    Vlinderbloemigen binden stikstof uit de lucht en verbeteren de fosfaatbeschikbaarheid. Dit maakt reductie van kunstmest mogelijk, wat in het project ook is onderbouwd met modellering en praktijkervaringen.
  • Positief effect op bodemkwaliteit
    De ruimere vruchtwisseling met rustgewassen verlaagt de teeltdruk, ondersteunt het bodemleven en draagt bij aan een hogere bodemkwaliteit en koolstofvastlegging op langere termijn.
  • Goede combinatie met strokenteelt
    In combinatie met bredere teeltstroken en het bewust laten ‘springen’ van gewassen over stroken wordt de kans op herbesmetting door plaaginsecten, zoals coloradokever, verder verkleind.

 

Kernboodschap
De ruimere vruchtwisseling in de Van Pallandtpolder laat zien dat door samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij een robuuster teeltsysteem ontstaat, met minder chemische input, betere bodemgezondheid en meer ruimte voor biodiversiteit, zonder direct opbrengstverlies.

 

Bokashi

In 2022 zijn we in de Van Pallandtpolder gestart met het maken van bokashi van bermmaaisel dat vrijkomt bij het beheer van Waterschap Hollandse Delta. Het gaat hierbij om maaisel uit de directe omgeving, waardoor een lokale reststroom opnieuw wordt benut binnen de landbouw. Op jaarbasis verwerken we ongeveer twee keer 500 ton bermmaaisel tot bokashi.

 

De geproduceerde bokashi wordt ingezet op de percelen binnen de Proeftuin. Hiermee voegen we organische stof toe aan de bodem en dragen we bij aan het voeden van het bodemleven. In combinatie met de ruimere vruchtwisseling, het gebruik van vlinderbloemige gewassen en dierlijke mest past bokashi goed binnen de bredere kringloopaanpak die we in de Van Pallandtpolder hanteren.

 

De inzet van bokashi kan bijdragen aan een verbetering van de bodemstructuur, een groter bufferend vermogen van de bodem en een beter vasthouden van nutriënten. Daarnaast helpt het om lokale reststromen hoogwaardig te benutten en de aanvoer van externe bodemverbeteraars te beperken. Daarmee ondersteunt bokashi niet alleen de bodemkwaliteit en weerbaarheid van het teeltsysteem, maar ook de doelstelling om kringlopen regionaal te sluiten en de milieubelasting van de landbouw verder te verlagen.


Daarnaast helpt bokashi bij het broedsucces van weidevogels. We onderzoeken nog wat het effect is op de voederwaarde en opbrengst van gewassen.

Vogels en gewasdiversiteit

De grotere variatie aan gewassen en de natuurinclusieve inrichting van de Van Pallandtpolder blijken duidelijk positief uit te werken op de vogelstand. Door het combineren van verschillende teelten, rustgewassen en vaste natuurelementen ontstaat een afwisselend landschap met veel overgangen tussen gewassen, randen en open ruimte. Juist deze variatie zorgt voor meer voedsel, schuilgelegenheid en broedmogelijkheden voor vogels.

 

Uit onderzoek blijkt dat in de Proeftuin Van Pallandtpolder 77 vogelsoorten zijn waargenomen. Op percelen met een meer gangbare, uniforme teelt lag dit aantal op 61 soorten. Dit verschil onderstreept dat een gevarieerd landbouwsysteem meer ecologische ruimte biedt voor zowel broedvogels als foeragerende soorten.

 

De resultaten zijn ook zichtbaar in de vergelijking met andere bedrijven. In het onderzoek van CropMix, waarin 25 bedrijven zijn meegenomen, laat de Van Pallandtpolder zich zien als positieve uitschieter. Het aantal broedvogelsoorten ligt hier hoger dan bij de overige onderzochte bedrijven. De groene stip in de grafiek markeert de Van Pallandtpolder als locatie met de hoogste waargenomen diversiteit aan broedvogels (Een jaarrond biodiversiteitsmetingen bij Proeftuin van Pallandtpolder – Cropmix).

 

Deze resultaten bevestigen dat smallere percelen, meer gewasovergangen en een samenhangende natuurinclusieve inrichting een belangrijke bijdrage leveren aan het versterken van de vogelstand. Niet één maatregel op zichzelf, maar juist de combinatie van gewasdiversiteit, permanente groene elementen en een fijnmaziger landschap maakt de Van Pallandtpolder aantrekkelijk voor een breed scala aan vogelsoorten.

Broedvogels

De natuurinclusieve aanpak in de Proeftuin Van Pallandtpolder laat duidelijke en meetbare resultaten zien voor broedvogels. Sinds de start van de omvorming is het aantal soorten broedvogels sterk toegenomen. In 2021, het jaar van de nulmeting, werden 16 soorten vastgesteld. In 2024 is dit aantal gegroeid naar 28 soorten. Niet alleen het aantal soorten nam toe, ook het aantal territoria, de daadwerkelijke leef- en broedgebieden, liet bij veel soorten een duidelijke stijging zien.

 

Met name soorten die kenmerkend zijn voor het open agrarische landschap profiteren zichtbaar van de gekozen aanpak. De toename van fazant, gele kwikstaart, graspieper, kievit, scholekster en veldleeuwerik hangt sterk samen met de invoering van een natuurinclusief teeltsysteem met meer gewasdiversiteit, rust in het bouwplan en een fijnmaziger landschap. Door deze inrichting ontstaan meer geschikte broedplekken, meer voedselbeschikbaarheid en een betere dekking gedurende het broedseizoen.

 

Ook gerichte maatregelen zoals nestbescherming en het afstemmen van werkzaamheden op het broedseizoen dragen bij aan het succes. Bij soorten als kievit en scholekster is niet alleen het aantal territoria toegenomen, maar is ook het broedsucces hoog, wat erop wijst dat het gebied daadwerkelijk functioneert als geschikt leefgebied en niet alleen tijdelijk wordt gebruikt.

 

De beschreven resultaten zijn gebaseerd op meerjarige broedvogeltellingen zoals vastgelegd in het Sovon-rapport Vogeltellingen in de Van Pallandtpolder en de Martina Corneliapolder in 2024.